Het jaar…… 1978
De grote belofte
Zomer 1978. Ik ben vijftien. Er gebeurt van alles in mijn leven. Dat kan niemand bevatten. Vind ik.
Nederland heeft opnieuw naast de wereldtitel gegrepen. Dit keer Argentinië. Godverdomme, die bal van Rensenbrink! Maar ach, we gunnen die bevolking ook wel een feestje. Opgezadeld zitten met een fascist. Ook niet leuk.

Trouwens, er spelen andere dingen. Veel belangrijker dan Vidéla en de klagende moeders op het Plaza de Mayo. Vind ik.
Met Han, Siepko en Onno naar Terschelling. Eiland van de GROTE belofte.

We staan op Maria Coleta, vlakbij Midsland. Daar heeft een van de ouders van de jongens nog de hand in gehad. Alles beter dan Appelhof, zo hebben ze gedacht.
Zodra de tent opstaat begint het feest. Tegenover ons staan Arie, Jan, Jannes, Kees uit Biddinghuizen. Cowboys uit de polder. Vier jaar ouder dan ons. Van leeggedronken bierkratjes hebben ze een windscherm gemaakt. Het zijn grote versierders. Van hun verhalen begrijp ik een ding: de meisjes op Terschelling zijn gewillig. ‘Snoevers’, denk ik in mezelf.

We fietsen wat. Ergens in `West’ koop ik een doos sigaren. De verkoper zegt ‘Zou je niet liever een Nuts nemen?’, maar ik krijg de begeerde waar. Dan in Midsland naar de slijter, alwaar wij ons Dagobert Duck in het geldpakhuis wanen. Met whisky en citroenjenever keren we terug bij de tent.

De avond is gevallen. We gaan naar Wyb’s, waar een massa mensen staat te deinen. Meisjes in strakke spijkerbroeken. Ze dragen hemdjes met afgescheurde mouwen. Sexy plukjes okselhaar. De lucht is zwanger van Herman Brood’s Saturday Night. Ik hou meer van Paul Mc Cartney, maar dat Herman Brood deze zomer voor méér staat dan een zomerhit, dat voel je aan alles.
De muziek staat hard. Iedereen lijkt uitzinnig van plezier. Wat te doen? Hier houdt de handleiding op. Dan maar de gemakkelijkste weg. Kijken, kijken, en nóg maar een meter bier bestellen. Dronken worden. Té dronken.
Terug naar de tent. Han fietst de greppel in. Volgens mij opzettelijk, maar we lachen tot we er letterlijk bij neervallen. Iemand kotst voor de receptie en Onno – doorgaans pacifist – ‘wil vechten’.
Later, veel later, wanneer wij al met barstende hoofdpijn in het donker tussen onze vieze sokken liggen, komen de cowboys uit de polder. Ik hoor stemmen van meisjes. Ik wil me omdraaien, maar ben bang dat ik dan moet overgeven. Dus blijf ik met dreunend hoofd luisteren naar het geluid van de grote belofte die bij de overburen wordt vervuld.
Snoevers.


Menno Bakker
Laatste Nieuws
02 Geen eigen aanlegplek nieuwe veer Terschelling
02 Oude tijden herleven op Ameland
02 Duurzame Energyballs kunnen niet tegen zeewind (Vlieland)
07 Waddenzee als Wereldwonder
06 Nieuwjaarstoespraak burgemeester De Hoop
13 Lise de Boer van Ameland schrijft boek
compleet overzicht